Methodeanalyse Talent

Wij hebben gekozen voor de methode ‘Talent’. Voornamelijk omdat Tessa en Wouter er veel mee hebben gewerkt. Wouter en Tessa hebben wel hele verschillende ervaringen met de methode.

Tessa: “Ik heb hele goede ervaringen met Talent. Je kunt de methode heel goed combineren met eigen lesstof. Wij hadden op havo dan ook een lerares die zich wel aan de hoofdstukken hield, maar zelf uitleg gaf en zelf opdrachten bedacht. Talent geeft de leraar de mogelijkheid om een eigen invulling aan de les te geven. Het boek is heel overzichtelijk en heeft een duidelijke indeling qua hoofdstukken en paragrafen.”

Wouter: “Ik heb geen slechte ervaring met Talent, maar ook niet echt een goede. Ik ben begonnen op het vmbo en toen werkte ik met Nieuw Nederlands. Deze methode legt de theorie uitgebreid uit. Toen ik op mocht stromen en naar de havo ging, kreeg ik Talent. Dit was in het derde jaar. Het was even wennen. Het formaat van het boek was helemaal anders en de uitleg leek minder uitgebreid te zijn. De opgaven waren wel duidelijk. Niet te veel en niet te weinig. Nieuw Nederlands kende namelijk te veel opdrachten. Veel meer dan nodig was, daardoor werd de stof saai en lukte het me niet altijd om mijn huiswerk af te krijgen. Bij Talent kreeg ik mijn huiswerk wel af, omdat ik minder, of minder lange, opgaven had in dit boek. Wat ik erg fijn vind aan deze methode, is dat in het begin een duidelijk overzicht staat van alle hoofdstukken en de inhoud van alle paragrafen. Ik kon zo goed zien wat er per paragraaf werd behandeld.

Over Talent

Talent wordt uitgegeven door Malmberg. Malmberg is een Nederlandse uitgeverij van educatieve materialen voor het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs. De uitgeverij is in 1885 begonnen als boekhandel. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het een uitgeverij voor schoolboeken.

Het boek van Talent is relatief dik. Het is verdeeld in een aantal hoofdstukken, die weer zijn verdeeld in paragrafen. In elke paragraaf wordt een bepaald onderwerp besproken. Het is zo ingedeeld dat hoofdstukken dezelfde indeling qua onderwerp per paragraaf heeft. Als paragraaf 1.1 bijvoorbeeld over fictie gaat, dan gaat paragraaf 2.1 ook over fictie.

De onderwerpen die behandeld worden, zijn:

  • Fictie
    • Het doel van dit onderdeel is dat je actief bezig bent met fictie. De betekenis van Fictie is ‘verzonnen verhaal’ en kan bijvoorbeeld een film, een boek, een toneelstuk, een gedicht of een stripverhaal zijn.
  • Grammatica
    • Je leert hoe je goede zinnen maakt en je leert hoe je zinnen taal- en redekundig moet ontleden.
  • Spelling
    • Je leert bij spelling hoe je woorden schrijft. De werkwoordspelling wordt uitgebreid behandeld, maar ook hoofdletters en interpunctie worden genoemd.
  • Lezen
    • Bij het onderdeel ‘lezen’ wordt uitgelegd hoe je bepaalde teksten het beste kunt lezen.
  • Schrijven
    • Deze paragrafen kijken naar hoe je goede teksten moet schrijven. Er worden een aantal teksten kritisch bekeken en de leerlingen schrijven zelf een aantal kleine teksten.
  • Spreken, kijken, luisteren
    • Deze paragraaf gaat over hoe leerlingen zichzelf het beste kunnen presenteren, hoe je moet samenwerken en over andere communicatieve vaardigheden.
  • Woorden
    • Deze paragraaf heeft het doel de woordenschat van de leerlingen te vergroten.
  • Informatie
    • In de paragraaf ‘informatie’ wordt het zoeken naar informatie uitgelegd.
  • Gedicht
    • In deze paragraaf gaat het over poëzie en proza.
  • Taalonderzoek
    • Bij taalonderzoek wordt gekeken naar taal. De leerlingen gaan het hebben over dialecten en over de doelen van spelingsregels.
  • Spelen met taal
    • Deze paragraaf geeft op een speelse wijze wat extra inzicht in de taal.
  • Samenvatting
    • Aan het eind van alle paragrafen staat een samenvatting. De samenvatting is in verschillende kopjes onderverdeeld en elk kopje is een paragraaf. In de samenvatting staat heel beknopt wat er in de paragrafen behandeld is.
  • Test jezelf
    • Helemaal aan het eind van het hoofdstuk staat de ‘test jezelf’. Hierin staan oefeningen die testen of je de stof van het hoofdstuk hebt begrepen.

Talent voor havo heeft opgaven in het boek staan en heeft dus geen extra opgavenboek. Het boek voor vmbo heeft wel een opgavenboek. Voor de rest hebben ze dezelfde opbouw. 

Kerndoelen en referentieniveaus

Kerndoelen

Kerndoelen zijn de doelen die zijn vastgesteld in het Nederlands onderwijs. In Bonset( 1.2, blz 19) staat dat ze zijn ingevoerd vanuit de overweging dat scholen optimaal ruimte moeten krijgen om hun leerlingen arrangementen op maat aan te bieden. Dit zijn de kerndoelen:

  1. De leerling leert zich mondeling en schriftelijk begrijpelijk uit te drukken.
  2. De leerling leert zich te houden aan conventies (spelling, grammaticaal correcte zinnen, woordgebruik) en leert het belang van die conventies te zien.
  3. De leerling leert strategieën te gebruiken voor het uitbreiden van zijn woordenschat.
  4. De leerling leert strategieën te gebruiken bij het verwerven van informatie uit gesproken en geschreven teksten.
  5. De leerling leert in schriftelijke en digitale bronnen informatie te zoeken, te ordenen en beoordelen op waarde voor hemzelf en anderen.
  6. De leerling leert deel te nemen aan overleg, plannen en discussie in een groep.
  7. De leerling leert een mondelinge presentatie te geven.
  8. De leerling leert verhalen, gedichten, informatieve teksten te lezen die aan zijn belangstelling tegemoet komen en zijn belevingswereld uitbreiden.
  9. De leerling leert taalactiviteiten (spreken, luisteren, schrijven en lezen) planmatig voor te bereiden en uit te voeren.
  10. De leerling leert te reflecteren op de manier waarop hij zijn taalactiviteiten uitvoert en leert, op grond daarvan en van reacties van anderen, conclusies te trekken voor het uitvoeren van nieuwe taalactiviteiten.

De kerndoelen zijn verwerkt in elk hoofdstuk. De taalactiviteiten lezen, luisteren, schrijven en spreken zijn te zien in de hoofdstukken die gaan over wat een leerling kan doen in het dagelijks leven zoals het verwerken van informatie en een gesprek voeren.

Elk hoofdstuk laat zien wat er wordt verwacht. Hoofdstukken zoals fictie vallen onder leesvaardigheid en schrijfvaardigheid. Hierin zijn dus kerndoelen in opgesplitst. In elk hoofdstuk staat ook duidelijk aangegeven wat er wordt verwacht qua lesstof. 

Referentie niveau Een referentieniveau geeft aan welk niveau je moet voldoen als je in een bepaalde klas zit van het  vmbo, havo of vwo. Hieronder zie je een schema dat laat zien hoe het is ingedeeld.

Niveau  Fundamentele kwaliteit Drempel
1F Eind primair onderwijs Van po naar vo
2F Eind vmbo en mbo-2 en mbo-3 Van vmbo naar mbo of havo en van mbo-3 naar mbo-4
3F Eind mbo-4 en havo Van havo en mbo-4 naar ho
4F Eind vwo van vo naar wo

In de boeken van Talent (de boeken vmbo t/m vwo) staat voor de hoofdstukken aangegeven welk referentieniveau het heeft. Voor in het boek is te zien dat het is opgedeeld in hoofdstukken. Achter elk hoofdstuk kan je zien dat er om een bepaald niveau gevraagd wordt. Naast  het hoofdstuk staat in wat er wordt behandeld, dus wat het belangrijkste is.

Visie op taalonderwijs

In het boek van havo/vwo staat er voor in het boek een stukje over het differentiatieboek. In dit stukje staat dat de makers van het boek het belangrijk vinden dat de leerlingen zelf de fouten die ze maken leren ontdekken. Ook vinden ze het belangrijk dat de leerlingen gaan oefenen op de fouten die ze maken. In het b is de lesstof apart houden van de opdrachten door middel van werkboeken.

Naast het differentiatieboekkopje, hebben ze ook een apart stukje over hun e-pack module. Hierin wordt nadrukkelijk gesproken over grammatica, spelling en woordenschat. Er wordt gesproken over extra opdrachten en dit laat zien dat ze deze aspecten zeer belangrijk vinden. Daarnaast is de inleiding, die te vinden is op de site van Malmberg, opvallend. Ze beginnen eerst over de schriftelijke kant van de taal (grammatica, spelling, brieven schrijven) en hebben het later over de spreekvaardigheid. Het stukje fictie staat helemaal achteraan het boek, ik vraag me af of zij dit onderdeel dus ook minder belangrijk vinden.

Malmberg beschrijft Talen als een methode die een actieve houding en een andere inspanning van leerlingen vraagt. Volgens Malmberg stimuleert de diversiteit aan opdrachten, die vaak net een stap verder gaan dan je gewend bent, leerlingen om het beste uit zichzelf te halen. Verder zegt Talen over zichzelf dat ze heel flexibel zijn. “Jij bepaalt hoe je je lessen Nederlands invult. Kies je voor een lineaire of een modulaire aanpak? En werk je vanuit boeken, digitaal of een combinatie van beide? Start je vanuit de theorie of vanuit opdrachten? Wil je alleen de kernvaardigheden of meer? Kies maar…”

Talent heeft een brede oriëntatie, waardoor een docent zelf kan invullen wat hij/zij kan of wil gebruiken van een methode of zelfs de manier van gebruik.

Kritische vragen

Het belangrijke aan een methode is de theorie. Het handboek van Talent is bedoeld om te leren. Het is belangrijk dat de theorie goed aansluit op de stof die de leerlingen moeten verwerken. Verder is het belangrijk dat leerlingen zelf ook nog extra opdrachten moeten kunnen maken, als ze daar de behoefte aan hebben. Voor de zelfstudie moet er genoeg uitleg gegeven worden zodat een leerling zonder hulp van een docent verder zou moeten kunnen werken.

Wij hebben aan de hand van een aantal vragen kritisch gekeken naar de methode.

Bevat de methode voldoende uitleg?

Leerlingen moeten zelfstandig kunnen studeren als er aan huiswerk gewerkt wordt. De methode bevat voldoende uitleg voor zelfstudie. Er wordt duidelijk aangegeven wat de leerling moet weten en de theorie is beknopt, waardoor er geen ellelange teksten in het boek staan.

Zijn er opmerkingen over het aantal opgaven?

Het aantal opgaven verschilt per paragraaf. De ene paragraaf heeft maar zes opgaven, terwijl het andere er zeventien heeft. Hoeveel opgaven er zijn, hangt af van welk onderwerp je behandelt. De paragraaf Grammatica heeft meer opgaven dan de paragraaf fictie. Er zit een goede balans tussen de theorie en de opgaven. Je krijgt genoeg oefening, maar het wordt niet saai. In het begin zijn de oefeningen simpel en langzaam worden ze steeds lastiger. Als leerlingen behoefte hebben aan extra oefeningen, kunnen ze naar de site van Malmberg, waar extra opgaven staan.

 Is de opbouw van de methode goed en overzichtelijk?

De opbouw van paragrafen is heel overzichtelijk. Elk hoofdstuk heeft dezelfde volgorde van paragrafen. Het is hierdoor heel makkelijk om ergens naar te zoeken. Ook is het handig voor leraren die zich niet volledig aan het boek willen houden. Als leraren grammatica willen behandelen, kunnen ze gewoon alle tweede paragrafen behandelen omdat alle tweede paragrafen over grammatica gaan. Een klein aandachtspunt is dat elk hoofdstuk begint met fictie. Je zou kunnen zeggen dat het handiger is om dit onderwerp verderop in het hoofdstuk te zetten.

Is er voldoende oefenstof?

Ja, er is voldoende oefenstof waar de leerlingen gebruik van kan maken. Allereerst zijn er natuurlijk de opgaven uit het boek of uit het werkboek. Daarnaast staat er ook nog extra oefenstof op de site van Malmberg. De methode heeft aan het eind van elk hoofdstuk een ‘test jezelf’ waarmee de leerling zijn of haar eigen kennis kan testen als een hoofdstuk wordt afgerond.

Kan de leerling worden uitgedaagd?

Er is een mogelijkheid om hier en daar wat extra uitdagingen te krijgen, maar dit verschilt per paragraaf. Er zit niet standaard en verdiepingsopdracht in, maar de opdrachten worden wel steeds lastiger.

Wordt er aandacht besteed aan algemene vaardigheden?

In elk hoofdstuk is er een klein paragraaf dat spreken, kijken en luisteren behandeld. Deze paragraaf gaat over hoe leerlingen zichzelf het beste kunnen presenteren, hoe je moet samenwerken en over andere communicatieve vaardigheden.

Niet te veel materialen naast elkaar?

De methode heeft voor havo/vwo enkel een handboek. Voor het vmbo heeft de methode ook nog een werkboek waar de opgaven in staan. In de bovenbouw kun je er ook nog een boek bij krijgen waarin de leesvaardigheid wordt geoefend. Verder is er veel extra onlinelesmateriaal. Er is dus genoeg lesmateriaal, maar niet zoveel dat het onoverzichtelijk wordt.

Persoonlijk gebruik van methode.

Tessa:

Ik zal deze methode zeker willen gebruiken als lerares. Ik vind het een fijn en overzichtelijk boek. Ook vind ik het heel fijn dat er ruimte is voor eigen invulling. Ik zal persoonlijk wat extra aandacht besteden aan grammatica en spelling. Ook het hoofdstuk gedicht en taalonderzoek zou ik iets uitgebreider behandelen dan in het boek staat. Ik vind het bij het havo/vwo onderbouwboek heel fijn dat de opgaven in het boek staan en dat er dus geen extra werkboek is.

Brenna:

Ik zou deze methode als docent best willen gebruiken. Het is overzichtelijk ingedeeld. Er wordt duidelijk laten zien wat er wordt behandeld per hoofdstuk en wat er van de leerling wordt verwacht. Talent heeft extra opdrachten voor bijvoorbeeld spelling en grammatica, voor leerlingen die er meer moeite mee hebben of juist als extra oefenmateriaal.  Daarnaast zijn ze zoals Malmberg op haar site vermeldt, ook erg flexibel. Een docent kan zelf beslissen wat hij of zij gaat bespreken. Ze hebben werkboeken, handboeken, nakijkboeken en een digitaal leerplatform.

Wouter:

Voor een havo klas zou ik deze methode zeker gebruiken, maar voor een vmbo klas niet. Het handboek van Talent voor het vmbo heeft nog een apart werkboek erbij waar de opgaven in staan. In het handboek staat dus alleen theorie. Hierdoor moet een leerling met veel boeken sjouwen en ontbreekt er ook een overzicht. Het handboek voor de havo heeft geen werkboek dat erbij hoort. De theorie en de opgaven staan in één boek. De leerlingen hoeven hiervoor dus alleen een schrift erbij te hebben om de vragen te kunnen beantwoorden. Als ik leraar was, dan zou ik de methode als een hulpmiddel gebruiken. De grammatica en spelling en het schrijven zou ik wel uitgebreider behandelen, omdat hierbij nog wel eens onduidelijkheid ontstaat bij leerlingen.

klik voor het bestand op de onderstaande link.

Methodeanalyse

Leave a Reply