Persoonlijke opdracht

Al vanaf de tweede klas op het voortgezet onderwijs weet ik dat ik docent wil worden. Ik had in de tweede klas een aantal geweldige leraren die voor mij echt een voorbeeld zijn geweest. Als ik over de toekomst na moest denken, zag ik mezelf altijd voor een klas staan. De ene keer voor een kleuterklas, de andere keer voor een havo klas. Ik moest in de bovenbouw van de havo het vak OVO (Oriëntatie op vervolgopleiding) volgen. Ik moest veel schoolbezoeken en meeloopdagen doen en ik ben er tijdens deze schoolbezoeken en meeloopdagen achter gekomen dat ik een lerarenopleiding wou doen. Ik wist alleen nog niet in welk vak ik later les wou geven. Ik heb altijd van taal gehouden. Ik had dan ook Frans, Duits, Engels en Nederlands in mijn vakkenpakket op de middelbare school. Ik heb heel erg getwijfeld tussen Engels en Nederlands. Ik vind het allebei hele mooie talen. Uiteindelijk heb ik toch voor Nederlands gekozen.

Ik wil graag leerlingen onderwijzen in hun moedertaal. Ik vind het belangrijk dat mensen het Nederlands goed beheersen omdat dit ervoor zorgt dat je goed deel kunt nemen aan de maatschappij. Ik wil voornamelijk leraar worden omdat ik kinderen iets wil leren. Ik wil de leerlingen niet alleen leren hoe de grammatica en spelling in elkaar zit, maar ook hoe je met elkaar communiceert en hoe je een goede tekst schrijft.

Op dit moment lijkt het mij het leukst om les te geven op de bovenbouw havo en vwo. De leerlingen in de bovenbouw hebben al een profiel gekozen en hebben vaak al een idee van wat ze later willen gaan doen. Ze hebben vaak al een doel voor ogen en ze willen het examen halen. Ik kom zelf net van de havo en ik vond de laatste twee jaren, de bovenbouw dus, de allerleukste jaren. De leerlingen worden wat serieuzer, wat volwassener en het lijkt me heel erg leuk om aan die leerlingen les te geven. Ook als leraar werk je in de bovenbouw naar het examen toe. Jij moet er als leraar voor zorgen dat jouw leerlingen het examen halen.

Ik heb twee docenten die voor mij een groot voorbeeld zijn. Mijn Engels docent en mijn Nederlands docent. Ze gaven allebei op totaal verschillende manieren les, maar allebei waren ze geweldig. Mijn Nederlands docent gaf niet echt les volgens het boekje. Ze was soms best chaotisch, maar ze had een hele goede band met de klas. Zij was voor mij meer een mentor dan mijn lerares. Doordat ze een goede band had met de klas, hoefde ze eigenlijk haast geen moeite te doen om ons aan het werk te krijgen, zelfs al was de les af en toe rommelig. Mijn Engels docent werkte met een leswijzer en was heel duidelijk. Mijn Engels docent was best streng af en toe, maar iedereen had respect voor haar. Mijn Engels docent was een persoon die maar één keer iets hoefde te vragen en er wordt geluisterd. Ze hield zich aan de leswijzer en vertelde precies wat we gingen doen in de les. Je wist altijd precies waar je aan toe was. Toch was er altijd wel een ontspanningsmoment in de les. Er was altijd ruimte voor een grapje of een leuk verhaal tussendoor. Dit maakte haar lessen echt heel fijn. Ik zou zelf graag een beetje van beide willen zijn. Ik hoop dat ik een goede band met mijn leerlingen krijg en ik hoop dat ik net zo les ga geven als mijn Engels docent.

Ik heb zelf nog niet echt lesgegeven en ik vind het dus ook lastig om te zeggen wat ik al kan.  Als je naar de zeven competenties kijkt, bezit ik er al een aantal, maar moet ik ze nog verder uitwerken in de praktijk. Doordat ik nog geen stages heb gelopen en nog geen ervaring heb, weet ik niet in hoeverre ik alle competenties al bezit. Ik denk dat ik pedagogisch, vakinhoudelijk en didactisch al redelijk competent ben. Ook het samenwerken met collega’s en het samenwerken met de omgeving kan ik wel. Ik zal vooral nog moeten werken aan de organisatorische competentie en de competentie van reflectie en ontwikkeling.

Ik ben voor mijn schoolbezoek naar het Lauwers College in Buitenpost geweest. Ik heb die school uitgekozen omdat het mijn oude school was. Ik heb samen met een klasgenoot van me, ook een oud leerling van het Lauwers College, drie lessen bijgewoond. De eerste klas was een TL-2 klas. de lerares was net afgestudeerd en gaf nu twee jaar les. Ik heb heel erg gemerkt dat zij nog heel erg gestructureerd werkt. Ze gebruikte heel duidelijk de vijf rollen van de leraar in haar lessen. Het was een hele leuke les, al waren de leerlingen wel een druk. De andere twee lessen die ik heb bijgewoond, werden gegeven door een al wat oudere docent. Hij had eerst een havo-3 klas en daarna een TL-3 klas. Het viel me heel erg op dat deze leraar zijn eigen stijl had ontwikkeld. De structuur die ons op de lerarenopleiding aangeleerd wordt, kwam er veel minder duidelijk in terug. Ik heb geleerd dat het belangrijk is om een vaste structuur in je lessen aan te houden.

Voor het Word-bestand, klik op de onderstaande link.

Persoonlijke opdracht

Leave a Reply